ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6456
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- M.M. van der Nat
- J.M.J. Lommen-Van Alphen
- S. van Eunen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel wegens onrechtmatigheden
Deze zaak betreft een vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel. De maatregel was opgelegd voor twee jaar met een proeftijd die oorspronkelijk liep van 3 januari 2008 tot 2 januari 2010. De rechtbank had op 16 juni 2009 de proeftijd verlengd en een bijzondere voorwaarde toegevoegd dat veroordeelde zich moest laten opnemen in een verslavingskliniek, zonder dat een termijn werd gesteld of dat veroordeelde zich bereid had verklaard tot behandeling.
De rechtbank constateert dat de verlenging van de proeftijd niet mogelijk is volgens het toepasselijke artikel 38q Sr en dat het opleggen van een klinische opname zonder termijn en zonder instemming van veroordeelde onrechtmatig is. Daarnaast is de nieuwe voorwaarde niet correct betekend aan veroordeelde. Hoewel de beslissing van 16 juni 2009 kracht van gewijsde heeft en niet nietig verklaard kan worden, zijn de geconstateerde fouten zwaarwegende omstandigheden die de tenuitvoerlegging van de maatregel niet rechtvaardigen.
De rechtbank wijst daarom de vordering van het openbaar ministerie af. Tevens is sprake van een vormverzuim omdat de reclasseringswerker niet tijdig was opgeroepen. Veroordeelde heeft de voorwaarden overtreden, maar dit gebeurde na afloop van de oorspronkelijke proeftijd en onder onrechtmatige voorwaarden, waardoor de maatregel niet ten uitvoer kan worden gelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel af wegens onrechtmatige proeftijdverlenging en onjuiste oplegging van voorwaarden.