ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6170
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid van vertrouwen op mededeling nabestaandenpensioen door verzekeraar
De zaak betreft een geschil tussen [A] en verzekeraar Zwitserleven over de hoogte van het nabestaandenpensioen na het overlijden van haar echtgenoot, die een Zwitserleven Vision BelegPensioen had afgesloten via zijn werkgever. [A] vordert dat Zwitserleven verplicht wordt tot uitkering van een levenslang jaarlijks nabestaandenpensioen van € 15.372,=, zoals vermeld op het polisblad van 1 augustus 2004.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een derdenbeding ten behoeve van [A] als begunstigde en dat zij aanspraak heeft gemaakt op het nabestaandenpensioen. De kernvraag is of [A] redelijkerwijs mocht vertrouwen op de hoogte van het pensioen zoals schriftelijk en telefonisch door Zwitserleven is meegedeeld, ondanks een interne fout die een lager bedrag rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat de fout niet direct zichtbaar was voor een leek en dat [A] op basis van de polis en de communicatie mocht vertrouwen op het hogere bedrag. Zij draagt echter de bewijslast om aan te tonen dat haar tussenpersoon voorafgaand aan het overlijden telefonisch bevestiging heeft gekregen van Zwitserleven en dat zij op basis van deze informatie heeft gehandeld, bijvoorbeeld door het kopen van een huis.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af en houdt verdere beslissingen aan totdat het bewijs is geleverd. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor bewijslevering en verdere procedure.
Uitkomst: De rechtbank draagt op tot bewijslevering omtrent telefonische bevestiging en handelen op basis van het nabestaandenpensioen en houdt verdere beslissing aan.