ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5812
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid overlevering opgeëiste persoon aan Duitse autoriteiten wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan de Duitse autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De verdachte voerde aan dat hij sinds 2003 onafgebroken en duurzaam in Nederland verbleef en dat hem daarom een garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid OLW toekomt, wat overlevering zou moeten weigeren.
De officier van justitie stelde dat het zwaartepunt van het delict in Duitsland ligt, de bewijsmiddelen daar zijn en dat de verdachte niet onafgebroken in Nederland verbleef, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de verdachte rechtmatig en onafgebroken in Nederland verbleef voor ten minste vijf jaar.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af, verwierp de verzoeken tot aanhouding en verklaarde de overlevering toelaatbaar. De rechtbank stelde vast dat de feiten onder de Overleveringswet vallen en dat de officier van justitie terecht heeft gevorderd af te zien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro. De overlevering werd toegestaan zonder dat tegen deze uitspraak een gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de overlevering van de verdachte aan Duitsland toelaatbaar en staat deze toe.