ECLI:NL:RBAMS:2011:BR4860
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Nat
- F. Salomon
- D.J. de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling na niet terugkeren verlof
Veroordeelde kreeg op 11 mei 2010 een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd, waarvan de uitvoering startte op 26 oktober 2009. De voorlopige datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling was 24 januari 2011. Op 4 november 2010 werd algemeen verlof verleend, maar veroordeelde keerde op 7 november 2010 niet terug naar de inrichting en onttrekt zich sindsdien aan zijn strafuitvoering.
Het openbaar ministerie vorderde op basis van artikel 15d Sr het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De rechtbank oordeelde dat deze vordering in strijd is met de Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling van het college van procureurs-generaal, waarin is bepaald dat bij niet terugkeren van verlof als regel geen vordering tot uitstel of achterwege laten wordt gedaan, tenzij sprake is van direct toezicht buiten de inrichting, wat hier niet het geval was.
De verdediging stelde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens strijd met eigen beleid. De rechtbank verwierp dit, maar wees de vordering af omdat geen uitzonderingsgrond aanwezig was. De beslissing werd genomen door mr. M.M. van der Nat, voorzitter, met mrs. F. Salomon en D.J. de Jong als rechters, op 11 augustus 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling af.