ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3887
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- W.M.C. van den Berg
- J.W. Vriethoff
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord met voorbedachten rade en verbergen lijk
De rechtbank Amsterdam heeft op 2 augustus 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met een medeverdachte werd beschuldigd van moord op het slachtoffer. Het slachtoffer werd onder valse voorwendselen naar een bosschage gelokt, waar hij met een schep op het hoofd werd geslagen en vervolgens in een kuil naast een snelweg werd begraven.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van medeverdachte, getuigen, historische telefoongegevens en forensisch onderzoek. De verklaringen van getuigen werden kritisch beoordeeld, maar geacht betrouwbaar te zijn. De rechtbank oordeelde dat sprake was van voorbedachten rade en nauwe samenwerking (medeplegen) tussen verdachte en medeverdachte.
Verdachte had na de moord het overlijden van het slachtoffer geprobeerd te verbergen en financieel geprofiteerd van diens dood. De rechtbank wees het verweer van de verdediging af, waaronder het betoog dat verdachte geen uitvoerende handelingen had verricht en dat getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren.
De strafmaat werd vastgesteld op 14 jaar gevangenisstraf, lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde 18 jaar, mede vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen. De rechtbank achtte de straf passend bij de ernst van het delict en de omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord met voorbedachten rade.