ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3388
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke weigering overlevering wegens geslaagd onschuldverweer in Europees aanhoudingsbevelprocedure
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge. Het EAB betrof meerdere strafbare feiten waaronder deelneming aan een criminele organisatie en georganiseerde diefstal. De rechtbank oordeelde dat de omschrijving van de feiten in het EAB voldoende was voor de opgeëiste persoon om zich te kunnen verdedigen.
Tijdens de zitting bracht de verdediging een onschuldverweer naar voren voor specifieke feiten gepleegd op 24 en 30 april 2010, onderbouwd met bewijs van preventieve hechtenis in Nederland gedurende die periode. De rechtbank achtte dit onschuldverweer gegrond, aangezien de opgeëiste persoon onmogelijk op die data in België aanwezig kon zijn, hetgeen vereist is voor de feiten. Voor deze feiten werd de overlevering geweigerd.
Voor de overige feiten, gepleegd tussen 29 augustus 2009 en 1 maart 2010, voldeed het verzoek aan de wettelijke eisen en werd de overlevering toegestaan. Tevens gaf de Belgische autoriteit een terugkeergarantie voor de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon, zodat hij na eventuele veroordeling in België zijn straf in Nederland kan ondergaan.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van de schuldvraag en het bewijs aan de Belgische rechter toekomt. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Gedeeltelijke overlevering toegestaan, overlevering geweigerd voor feiten waarvoor onschuld is aangetoond door preventieve hechtenis.