ECLI:NL:RBAMS:2011:BR2986
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugdraaien aandelentransactie wegens onvoldoende bewijs schending garanties en dwaling
Prodisa vordert in kort geding dat [moedervennootschap] medewerking verleent aan het terugleveren van aandelen wegens schending van garanties in de koopovereenkomst en omdat sprake zou zijn van dwaling of bedrog. De aandelen waren verkocht onder garanties dat er geen nadelige wijzigingen waren en dat alle relevante informatie was verstrekt.
Prodisa stelt dat het verlies over 2010, dat voorafgaand aan de transactie bekend was bij [moedervennootschap] maar niet aan Prodisa is gemeld, een schending van deze garanties vormt en dat zij hierdoor dwalend de overeenkomst is aangegaan. [moedervennootschap] voert aan dat Prodisa via haar bestuurders wel degelijk op de hoogte was en dat het verlies mede door het nieuwe management is veroorzaakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding onvoldoende feiten kunnen worden vastgesteld om de schending van garanties of dwaling met zekerheid vast te stellen. Er is sprake van tegenstrijdige verklaringen en bewijsstukken die nader onderzoek vereisen. Daarom wordt de vordering afgewezen en Prodisa veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugdraaien van de aandelentransactie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs in kort geding.