ECLI:NL:RBAMS:2011:BR2452
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt over loon en allowance bij onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en een payroll-onderneming over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst en de betaling van loon en allowance. De werknemer vordert betaling van resterend loon en een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de duur van een project, maar het contract schedule vermeldde geen objectief bepaalbare einddatum. De kantonrechter oordeelde dat het contract derhalve als arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet worden beschouwd. De opzegging door de werkgever per 31 augustus 2009 was onregelmatig omdat de opzegtermijn van drie maanden niet in acht was genomen.
De kantonrechter stelde vast dat de allowance, een toeslag per gewerkte dag, onderdeel uitmaakt van het loon zoals bedoeld in artikel 7:628 BW Pro. Omdat de werknemer vanaf 14 augustus 2009 op verzoek van de werkgever geen werkzaamheden meer verrichtte, maar wel recht had op loon, moest de allowance ook over die periode worden betaald.
Verder werd geoordeeld dat de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging ook betrekking heeft op de allowance, omdat deze onderdeel is van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Partijen worden verzocht zich nader uit te laten over het exacte bedrag dat nog verschuldigd is. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de allowance onderdeel is van het loon en dat de onregelmatige opzegging leidt tot schadevergoeding inclusief allowance over de opzegtermijn.