ECLI:NL:RBAMS:2011:BR1328
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- J. Graafland
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen huisverbod wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering
De man kreeg op 6 juni 2011 een tijdelijk huisverbod opgelegd na een incident in de huiselijke sfeer, waarbij de vrouw verklaarde dat hij haar met een stoel had geslagen. De politie en hulpofficier van justitie baseerden het besluit mede op het Risicotaxatie-instrument (RiHG). Na een advies van Vita Welzijn en Advies werd het huisverbod op 16 juni 2011 verlengd.
De man stelde dat het incident niet op 6 maar op 5 juni plaatsvond en betwistte de feiten die aan het huisverbod ten grondslag lagen, zoals het gebruik van geweld en vernielingen. Verweerder kon deze feiten onvoldoende met stukken onderbouwen; belangrijke proces-verbalen en medische verklaringen ontbraken. Het RiHG bevatte onbewezen en deels betwiste feiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Hierdoor ontbrak de bevoegdheid van verweerder om het huisverbod op te leggen. Ook het besluit tot verlenging werd vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €1.311,-.
Uitkomst: Het huisverbod en de verlenging worden vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering.