ECLI:NL:RBAMS:2011:BR0286
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.A. Krenning
- W.H. van Benthem
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees Aanhoudingsbevel voor deelname aan criminele organisatie en drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. Het EAB betrof verdenkingen van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen. De rechtbank oordeelde dat de stukken, inclusief aanvullende informatie, voldoende waren om de betrokkenheid van de verdachte binnen het criminele samenwerkingsverband aannemelijk te maken.
De verdediging voerde aan dat de stukken ongenoegzaam waren, dat er sprake was van dubbele vervolging in Nederland, en dat de overlevering disproportioneel zou zijn vanwege de topsportstatus van de verdachte en het feit dat medeverdachten onder voorwaarden vrij waren. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de beoordeling van bewijs aan de Belgische rechter toekomt en dat geen lopende vervolging in Nederland was vastgesteld. Ook was er geen sprake van disproportionaliteit die een weigering rechtvaardigde.
De rechtbank bevestigde dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat de nodige garanties voor terugkeer en strafomzetting zijn gegeven. De weigeringsgrond op grond van artikel 13 OLW Pro werd verworpen na marginale toetsing. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor strafrechtelijk onderzoek en vervolging.