ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9859
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens schijn van belangenverstrengeling in adviescommissie Muziek
Eiseres, Stichting Proma, diende een subsidieaanvraag in voor de Deelregeling vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen 2009-2012. Verweerder, het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+, wees de aanvraag af op basis van een negatief advies van de adviescommissie Muziek.
Eiseres stelde dat een lid van de adviescommissie, de heer [lid adviescommissie 1], vanwege zijn nauwe betrokkenheid bij een andere subsidieaanvrager, het World Music & Dance Centre (WMDC), de schijn van belangenverstrengeling wekte. De rechtbank onderzocht deze stelling en hoorde de heer [lid adviescommissie 1] als getuige.
Uit zijn verklaring bleek dat hij tussen oktober 2006 en december 2008 als programmeur nauw betrokken was bij WMDC, met een contract voor 16 uur per week en een substantieel deel van zijn inkomen. Hoewel hij zich had onthouden van beraadslaging over WMDC's aanvraag, vond de rechtbank dat deze onthouding onvoldoende was om de schijn van belangenverstrengeling weg te nemen.
De rechtbank oordeelde dat het advies van de commissie Muziek in strijd was met artikel 2:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat verweerder dit advies niet had mogen gebruiken voor het bestreden besluit. Het besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag is vernietigd wegens schijn van belangenverstrengeling bij een lid van de adviescommissie.