ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9773
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- M.J. Diemer
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Frankrijk op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks bezwaren identiteit en detentieomstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. De verdachte werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen. De verdediging voerde onder meer aan dat de identiteit van de opgeëiste persoon niet voldoende vaststond en dat de stukken ontoereikend waren.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit van de opgeëiste persoon voldoende was vastgesteld en dat de beoordeling van de betrokkenheid bij de strafbare feiten een zaak is voor de Franse rechter. Ook werd geoordeeld dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder het specialiteitsbeginsel. De verdediging stelde voorts dat de detentieomstandigheden in Frankrijk een schending van artikel 3 EVRM Pro opleverden en dat sprake was van disproportionaliteit, maar de rechtbank vond geen concreet en gegrond vermoeden van flagrante schendingen.
De rechtbank wees het verweer af en stelde dat de terugkeergarantie volgens artikel 11 OLW Pro was gewaarborgd, zodat de verdachte bij een veroordeling zijn straf in Nederland kan uitzitten. De rechtbank concludeerde dat de overlevering aan Frankrijk uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling de voorkeur heeft boven overname door Nederland en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe voor strafrechtelijk onderzoek en vervolging.