ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7985
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- S. van Eunen
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor drugshandel ondanks onschuldverweer en onevenredigheidsargumenten
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 mei 2011 de vordering tot overlevering van een verdachte aan de Britse autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij illegale handel in verdovende middelen.
De verdachte ontkende de betrokkenheid bij het drugstransport en voerde onschuldverweer aan. Daarnaast werd betoogd dat de stukken vals zouden zijn en dat overlevering onevenredig bezwarend zou zijn vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de verzorging van familieleden.
De rechtbank oordeelde dat het onschuldverweer niet tot weigering van overlevering kan leiden, omdat de bewijswaardering niet aan haar toekomt in deze procedure. De vermeende valsheid van stukken en persoonlijke omstandigheden vormden geen voldoende grond om de overlevering te weigeren. Tevens werd overwogen dat de Britse vervolging de voorkeur verdient boven overname door Nederland.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tevens werd een terugkeergarantie gegeven dat een eventuele opgelegde straf in Nederland kan worden uitgezeten.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan de Britse autoriteiten toe ondanks onschuldverweer en onevenredigheidsargumenten.