ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7979

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13.706084-10, RK nummer: 11/1409.
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wegenverkeerswet 1994Art. 302 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels toegestaan verzoek tot executieoverlevering Polen wegens dubbele strafbaarheid

De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 mei 2011 een verzoek tot executieoverlevering van een Poolse verdachte, ingediend op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Polen. Het EAB betrof twee vonnissen: een straf van acht maanden voor rijden onder invloed en een straf van zes maanden voor een ander feit.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte Poolse nationaliteit heeft en momenteel in Nederland gedetineerd is. Bij toetsing van de dubbele strafbaarheid oordeelde de rechtbank dat het feit van rijden onder invloed niet voldoet aan de Nederlandse eis van een vrijheidsstraf van minimaal twaalf maanden, zoals vereist in de Overleveringswet. Daarom werd overlevering voor dit feit geweigerd.

Voor het andere vonnis, met een straf van zes maanden, werd vastgesteld dat aan de voorwaarden van de Overleveringswet is voldaan, en werd de overlevering toegestaan. De rechtbank verlengde de beslistermijn vanwege drukte en wees erop dat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor de zes maanden straf en geweigerd voor de acht maanden straf wegens ontbreken van dubbele strafbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.706084-10
RK nummer: 11/1409
Datum uitspraak: 27 mei 2011
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 maart 2011 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 21 juli 2009 door de Judge of the Circuit Court in Gliwice, Polen. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1967,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gede¬tineerd uit anderen hoofde in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel” te Ter Apel,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1. Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 mei 2011. Daarbij zijn de offi¬cier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. J.P.W. Beijen, advocaat te Amsterdam, gehoord. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht ter zitting aanwezig te zijn.
De raadsman heeft verklaard dat de opgeëiste persoon hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem ter zitting het woord te voeren.
Op die zitting heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij over de overlevering moet beslissen met dertig dagen verlengd. De reden daarvoor is gelegen in de omstandigheid dat door de druk bezette agenda van de Internationale rechtshulpkamer een eerdere behandeling van het EAB niet mogelijk was.
2. Grondslag en inhoud van het EAB
Aan het EAB liggen twee vonnissen ten grondslag, te weten:
Een vonnis van de District Court in Gliwice van 13 augustus 2004 (Ref.nr III K 589/04)
Een vonnis van de District Court in Racibórz van 29 juli 2005 (Ref.nr II K 463/05)
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat van een vrijheidsstraf voor de duur van 8 maanden (III K 589/04) en een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden (II K 463/05). De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemde vonnissen.
Deze straffen zijn eerst voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij de beslissingen van de District Court in Gliwice en van de District Court in Racibórz van respectievelijk 19 december 2007 en 5 maart 2008 zijn deze straffen omgezet in onvoorwaardelijke straffen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in een door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van onderdeel e) van het EAB.
3. Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft vastgesteld dat bovenvermelde personalia behoren bij de opgeëiste persoon en dat deze niet de Nederlandse, maar de Poolse nationaliteit heeft.
4. Strafbaarheid
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De rechtbank stelt vast dat de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd geen lijstfeiten betreffen, zodat de feiten zowel naar het recht van Polen als naar Nederlands recht strafbaar dienen te zijn en dat bovendien op deze feiten in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden dient te zijn gesteld.
Ten aanzien van het vonnis met referentienummer II K 463/05 is aan deze voorwaarden voldaan.
Dat feit levert naar Nederlands recht op:
Zware mishandeling
Ten aanzien van het vonnis met referentienummer III K 589/04, waarbij aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf is opgelegd van 8 maanden voor het rijden onder invloed van alcohol is de rechtbank van oordeel dat, bij de toetsing van de dubbele strafbaarheid, de overlevering voor dit feit geweigerd dient te worden. Gelet op artikel 26 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 is op dit feit naar Nederlands recht geen vrijheidsstraf met een maximum van tenminste twaalf maanden gesteld.
Dit strafbare feit waarvoor overlevering wordt verzocht voldoet derhalve niet aan de in artikel 7, eerste lid, onder b, OLW genoemde vereisten.
5. Slotsom
Nu ten aanzien van het feit met betrekking tot het vonnis met referentienummer II K 483/05 waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan. Voor het feit met betrekking tot het vonnis met referentienummer III K 589/04 dient de overlevering te worden geweigerd.
6. Toepasselijke wetsbepalingen
Artikelen 302 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
7. Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Judge of the Circuit Court in Racibórz, Polen, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht (ref nr II K 463/05).
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] voor zover het EAB betrekking heeft op de vrijheidsstraf die is opgelegd bij vonnis van 13 augustus 2004 ( III K 589/04).
Aldus gedaan door
mr. W.H. van Benthem, voorzit¬ter,
mrs. S. van Eunen en M.C.J. Rozijn, rech¬ters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, grif¬fier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2010.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.