ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7840
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- S. van Eunen
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering aan Polen ondanks bezwaren over detentieomstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 mei 2011 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte aan Polen op grond van twee onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen van in totaal ruim drie jaar. De verdachte betwistte de overlevering onder meer vanwege vermeende onvolledigheid van het Europees aanhoudingsbevel (EAB) en de slechte detentieomstandigheden in Polen.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van foto’s en vingerafdrukken in het EAB de genoegzaamheid van de stukken niet aantastte en dat het niet vereist is dat de redenen voor omzetting van voorwaardelijke straffen in onvoorwaardelijke straffen in het EAB worden vermeld. Het verweer dat detentieomstandigheden in Polen in strijd zouden zijn met artikel 3 EVRM Pro werd verworpen omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat de verdachte persoonlijk een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
Ook het beroep op onevenredigheid van het EAB vanwege persoonlijke omstandigheden van de verdachte werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke vereisten voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen.