ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7834
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- S. van Eunen
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan België op grond van Europees aanhoudingsbevel bij drugshandel en criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 mei 2011 het verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, feiten die in België strafbaar zijn gesteld. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder de ontvankelijkheid van het EAB en de specialiteit, maar deze werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende duidelijkheid biedt over de feiten, het tijdstip, de plaats en de betrokkenheid van de verdachte, waardoor de specialiteit is gewaarborgd. Ook is voldaan aan de voorwaarden van de Overleveringswet, waaronder de terugkeergarantie dat de verdachte in Nederland de opgelegde straf kan ondergaan. De rechtbank stelde vast dat de feiten ook in Nederland strafbaar zijn en dat de overlevering niet wordt belemmerd door de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro, omdat de officier van justitie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vervolging in België de voorkeur verdient.
De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan en wees het verzoek tot aanhouding van de verdachte in Nederland af. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek.