ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7170
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Denemarken ondanks voorrang Belgische EAB
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 april 2011 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Denemarken op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit bevel was uitgevaardigd door het Deense Ministerie van Justitie in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar vijf strafbare feiten volgens Deens recht.
Tijdens de zitting op 18 maart 2011 werden de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw gehoord, waarbij een tolk in het Russisch aanwezig was. De identiteit van de opgeëiste persoon werd bevestigd, evenals zijn Oekraïense nationaliteit. De rechtbank stelde vast dat de feiten zowel onder Nederlands als Deens recht strafbaar zijn en dat aan de dubbele strafbaarheidsvereiste is voldaan.
Er bestond een samenloop met een eerder Belgisch EAB. De officier van justitie gaf aan dat aan het Belgische EAB voorrang moet worden gegeven, mede omdat de opgeëiste persoon op basis daarvan was aangehouden en de Deense autoriteiten akkoord gingen met onmiddellijke overlevering aan België. De rechtbank bevestigde dit oordeel en achtte de keuze van de officier van justitie redelijk.
Ondanks de voorrang van het Belgische EAB werd de overlevering aan Denemarken toegestaan, omdat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Denemarken toe ondanks de voorrang van het Belgische EAB.