ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7168
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deels toegestaan verzoek tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal en bendevorming
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 april 2011 een vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Hasselt. De opgeëiste persoon werd verdacht van drie feiten, waaronder diefstal en bendevorming.
De rechtbank stelde vast dat de feiten 1 en 2, waaronder diefstal gepleegd door meerdere personen met braak en valse sleutels, zowel onder Belgisch als Nederlands recht strafbaar zijn en voldeden aan de eis van dubbele strafbaarheid. Daarom werd de overlevering voor deze feiten toegestaan.
Voor het derde feit, bendevorming, oordeelde de rechtbank dat dit niet valt onder de Nederlandse strafbepaling artikel 140 Sr Pro, omdat de omschrijving niet voldeed aan de kenmerken van deelname aan een criminele organisatie zoals bedoeld in het Nederlandse recht. De rechtbank weigerde daarom de overlevering voor dit feit.
De rechtbank bevestigde tevens dat voorrang moet worden gegeven aan het Belgische EAB boven een Deens EAB en oordeelde dat de officier van justitie in redelijkheid tot deze keuze kon komen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering aan België toegestaan voor diefstal, geweigerd voor bendevorming wegens onvoldoende Nederlandse strafrechtelijke grondslag.