ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ6919
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening samenloop Nederlandse en Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiser ontvangt sinds 1989 een WAO-uitkering en sinds 1997 tevens een Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering. Verweerder bracht in 2004 de Duitse uitkering met terugwerkende kracht in mindering op de WAO-uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar gegrond en herzag het besluit, waarbij de Duitse uitkering vanaf 2009 in mindering zou worden gebracht.
Het geschil betreft de vraag of sprake is van dezelfde arbeidsongeschiktheid in de zin van het Besluit voorkoming en beperking samenloop WAO- en WIA-uitkeringen met buitenlandse uitkeringen. Verweerder stelde aanvankelijk dat de oorzaak van de toegenomen arbeidsongeschiktheid doorslaggevend was, maar erkende later dat dit niet relevant is. De rechtbank oordeelt dat de uitkeringen betrekking hebben op dezelfde arbeidsongeschiktheid omdat zij eenzelfde periode en karakter van loondervingsuitkering betreffen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder jarenlang ten onrechte de volledige WAO-uitkering betaalde zonder verrekening, wat een financieel voordeel voor eiser opleverde dat niet wordt teruggevorderd. De herziening is zorgvuldig en met ruime uitlooptermijn doorgevoerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat verweerder de fout mag herstellen en de herziening pas in 2009 inging.
Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering omtrent de oorzaak van arbeidsongeschiktheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.