ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ5561
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheidsverweer en eerlijke procesrechten in strafzaak Wilders
In de strafzaak tegen de heer Wilders voerde de verdediging op 2 mei 2011 een niet-ontvankelijkheidsverweer aan, stellende dat het gerechtshof te ver ging in zijn toetsing en dat het optreden van raadsheer Schalken en andere betrokkenen het recht op een eerlijk proces had geschaad. De rechtbank Amsterdam heeft dit verweer inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat de beschikking van het hof binnen de wettelijke grenzen bleef en de onschuldpresumptie niet werd geschonden.
De rechtbank overwoog dat het hof in de artikel 12 Sv Pro procedure zowel de haalbaarheid als de opportuniteit van vervolging moest toetsen en dat het hof zich niet beperkte tot een marginale toetsing. Het hof had uitgebreid gemotiveerd waarom vervolging gerechtvaardigd was, mede op basis van adviezen van juridisch deskundigen. Het optreden van Schalken, hoewel terughoudendheid verlangend, leidde niet tot schending van het recht op een eerlijk proces, noch tot beïnvloeding van getuige-deskundige Jansen of de publieke opinie.
Verder verwierp de rechtbank de kritiek op het optreden van de rechtbank en andere bij de rechtspraak betrokken personen, waarbij werd vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren dat deze personen zich hadden uitgelaten over schuld of onschuld van verdachte. De rechtbank concludeerde dat het verweer onvoldoende was om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en dat het recht van verdachte op een eerlijk proces niet was geschonden.
Uitkomst: Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging wordt verworpen; het openbaar ministerie blijft ontvankelijk.