ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4323
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. de Groot
- R.H.C. van Harmelen
- Th. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging taxatierapporten erfpachtcanon wegens onvoldoende motivering en schijn van partijdigheid
De Gemeente Amsterdam vordert vernietiging van taxatierapporten betreffende de herziening van erfpachtcanon voor een bouwblok in Amsterdam. De taxatierapporten zijn opgesteld door drie deskundigen, waarbij een derde deskundige tevens arbiter was. De Gemeente stelt dat de canonpercentages onjuist zijn toegepast en dat de derde deskundige niet onafhankelijk was vanwege familierelatie met een erfpachter.
De rechtbank constateert dat de taxatierapporten de status van bindend advies hebben. De Gemeente voert aan dat de canonpercentages niet conform de bestendige praktijk zijn vastgesteld en dat de afwijking onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat bij afwijking van een bestendige praktijk een toereikende motivering vereist is, die in de rapporten ontbreekt. De Gemeente wordt toegelaten bewijs te leveren over het bestaan van die bestendige praktijk.
Ten aanzien van de vermeende partijdigheid van de derde deskundige oordeelt de rechtbank dat de schijn van partijdigheid bestaat, maar dat de Gemeente hiermee bekend was en naliet dit vooraf te onderzoeken. Dit leidt niet tot vernietiging van de rapporten. De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de AB 2000-rapporten af wegens onvoldoende onderbouwing. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering door de Gemeente.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering over de bestendige praktijk en wijst de vordering tot vernietiging van de AB 2000-rapporten af.