ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3599
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over handhavingsverzoeken geluidsoverlast Schiphol 2007-2008
Eisers hebben handhavingsverzoeken ingediend tegen de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat wegens overschrijdingen van de maximaal toegestane geluidsbelasting op handhavingpunten 21 en 22 bij Schiphol in de gebruiksjaren 2007 en 2008. Verweerder wees deze verzoeken af, stellende dat het beschermingsniveau gelijkwaardig is gebleven door een wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) in 2008.
Eisers betwisten de geldigheid van het gewijzigde LVB 2008, omdat dit niet voldoet aan de criteria van artikel XII van de Wijzigingswet en de Planologische Kern Beslissing Schiphol en Omgeving, met name dat het aantal maximaal door geluid belaste woningen binnen de 35 Ke-contour niet mag toenemen boven 10.000. Verweerder stelt dat de nieuwe berekeningsmethoden en geactualiseerde gegevens een nauwkeuriger milieueffect geven en dat het beschermingsniveau gelijkwaardig is.
De rechtbank oordeelt dat de vraag of het beschermingsniveau gelijkwaardig is, doorslaggevend is voor de beoordeling van de overschrijdingen en dat verweerder deze vraag onvoldoende heeft gemotiveerd. Daarom wordt verweerder in de gelegenheid gesteld om voor 1 juli 2011 een nadere motivering te geven. De rechtbank past de bestuurlijke lus toe en houdt verdere beslissing aan. Tegen deze tussenuitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank stelt de bestuurlijke lus in en geeft verweerder de gelegenheid tot nadere motivering van het beschermingsniveau geluid voor 1 juli 2011.