ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3355

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/724, 10/725 en 10/726 WASCHB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen belastingaanslagen Waternet ongegrond verklaard

Verzoeker had beroep ingesteld tegen drie uitspraken op bezwaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet) met betrekking tot belastingaanslagen. De rechtbank had deze beroepen op 8 juli 2010 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.

Verzoeker deed hiertegen verzet en voerde aan dat hij door ziekte en problemen met postbezorging niet tijdig had kunnen reageren. De rechtbank stelde vast dat de beroepstermijn was verstreken en dat de overschrijding niet verschoonbaar was, omdat de omstandigheden zich voordeden tijdens de bezwaarperiode en niet tijdens de beroepstermijn.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen voldoende gronden had aangevoerd om het verzet gegrond te verklaren en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
Zaaknummers: 10/724, 10/725 en 10/726 WASCHB
Uitspraak van de meervoudige kamer
op het verzet tegen een uitspraak van deze rechtbank van 8 juli 2010 in de zaken van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: [verzoeker],
Ontstaan en loop van de zaken
Bij uitspraak van 8 juli 2010 heeft de rechtbank de beroepen van [verzoeker] tegen een drietal uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (hierna: Waternet) van 15 januari 2010 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wegens het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken indienen van het beroepschrift.
Hiertegen is door [verzoeker] bij brief van 2 augustus 2010, ingekomen bij de rechtbank op 3 augustus 2010, verzet gedaan.
De rechtbank heeft het verzet op 23 februari 2011 ter zitting behandeld, waar [verzoeker] in persoon is verschenen.
Motivering
1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of [verzoeker] terecht in zijn beroepen
kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank overweegt het volgende.
2. Niet in geschil is dat de drie uitspraken op bezwaar van 15 januari 2010 op de juiste wijze bekend zijn gemaakt. Evenmin is in geschil dat, zoals de rechtbank in de uitspraak van 8 juli 2010 heeft overwogen, de beroepstermijn van deze besluiten eindigde op 26 februari 2010 en dat het beroepschrift te laat, namelijk op 1 maart 2010, is ingediend.
3. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring slechts achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
4. [verzoeker] heeft ter zitting aangegeven dat hij veel ziek is geweest en problemen heeft ondervonden bij het verkrijgen van zijn post van Waternet via degene die daadwerkelijk op zijn toenmalige postadres aan de [adres I] te [plaats] woonde. [verzoeker] heeft aangegeven dat hem gezien deze omstandigheden niets kan worden verweten.
5. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] geen argumenten heeft aangedragen op grond waarvan geoordeeld kan worden dat de overschrijding van de hier aan de orde zijnde beroepstermijn verschoonbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank betreffen de door [verzoeker] aangevoerde omstandigheden geen omstandigheden die ertoe leiden dat niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege dient te blijven. Het betreffen immers omstandigheden waarmee [verzoeker] kennelijk te maken heeft gehad ten tijde van de periode waarin hij bezwaar kon maken tegen de aanslagen van Waternet en zij zien niet op de periode waarin de beroepstermijn liep na ontvangst van de drie uitspraken op bezwaar van 15 januari 2010. Deze drie uitspraken op bezwaar zijn [verzoeker] overigens toegezonden op zijn op dat moment geldende postadres [adres II] te [plaats] en ter zitting heeft [verzoeker] aangegeven dat hij geen hinder heeft ondervonden en ondervindt bij het verkrijgen van post verzonden aan dit postadres. Gezien het voorgaande is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan [verzoeker] niet kan worden verweten dat hij te laat beroep heeft ingesteld.
6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de rechtbank in het verzet dan ook geen gronden gevonden om te oordelen dat bij de uitspraak van 8 juli 2010 is uitgegaan van onjuiste feiten of omstandigheden. De rechtbank heeft dan ook terecht de door [verzoeker] ingediende beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
7. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak die op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb op 26 november 2010 is gedaan in stand blijft.
8. Bij deze beslissing is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Luigjes, voorzitter, mr. M.C. van As en mr. W.A. Swildens, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Verweel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2011 te Alkmaar.
griffier voorzitter
Tegen deze uitspraak kunnen [verzoeker] en de heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht beroep in cassatie instellen. Beroep in cassatie wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.