ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ2190
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A.J. van der Linde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot loonbetaling wegens onzekerheid ziekmelding bij ontslag
De werknemer trad in november 2000 in dienst als Financial Controller bij de werkgever. In september 2010 werd hem meegedeeld dat zijn functie zou komen te vervallen en dat een ontslagvergunning bij het UWV zou worden aangevraagd. De werknemer ging daarop naar huis en stelt zich die dag ziek te hebben gemeld, bevestigd door zijn echtgenote. De werkgever betwist deze ziekmelding en stelt dat de eerste ziekmelding pas op 10 september 2010 plaatsvond.
De kern van het geschil is de datum van ziekmelding, omdat de ontslagaanvraag door het UWV op 9 september 2010 werd ontvangen. Indien de werknemer zich eerder ziek had gemeld, zou het ontslag in strijd met het opzegverbod tijdens ziekte zijn. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende zekerheid bestaat dat de ziekmelding op 8 september 2010 heeft plaatsgevonden. De e-mail van de echtgenote van de werknemer van 9 september 2010 is pas in de avond ontvangen, na kantooruren, terwijl de ontslagaanvraag tijdens kantooruren is ontvangen.
Op grond van artikel 7:670 lid 1 onder Pro b BW geldt het opzegverbod tijdens ziekte niet als de werknemer ziek wordt nadat het verzoek om ontslagvergunning is ontvangen. Gezien de onzekerheid en de strekking van deze bepaling wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling en tewerkstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tijdige ziekmelding.