ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0853
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente handelt niet onrechtmatig jegens verhuurder bij weigering vergunning bordeel
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder van panden en de gemeente Amsterdam over de weigering van vergunningen voor de exploitatie van een bordeel in die panden. De burgemeester had de vergunningen geweigerd op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), mede vanwege een Bibob-screening die risico's op witwassen betrof. De bestuursrechter vernietigde dit besluit, waarna de vergunning alsnog werd verleend.
De verhuurder stelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld jegens haar door de weigering, met schade als gevolg door gederfde huurinkomsten en kosten. De rechtbank overwoog dat de verhuurder geen belanghebbende was bij het besluit van de burgemeester en dat de belangenafweging zich beperkte tot de direct betrokken partijen. De verhuurder kon daarom geen beroep doen op de vaste rechtspraak die onrechtmatigheid bij vernietigde besluiten aanneemt.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen aanwijzingen waren dat de burgemeester de verhuurder bewust heeft willen benadelen. De Bibob-screening van de mede-eigenaar van de panden vormde een gegronde reden voor het besluit. Ook werd geoordeeld dat het recht op ongestoord genot van eigendom niet was geschonden, omdat de verhuurder vrij was de panden te gebruiken en te verhuren. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de verhuurder tot schadevergoeding wegens onrechtmatige weigering van vergunningen af.