ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0408
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- F.G. Bauduin
- M.J. Diemer
- G.M. Boekhoudt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot plaatsing verdachte in Pieter Baan Centrum voor klinische observatie in zedenzaak
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam op 6 april 2011 het hoger beroep behandeld tegen het bevel tot plaatsing van verdachte in het Pieter Baan Centrum (PBC) voor klinische observatie. De raadsman voerde aan dat de rechter-commissaris ten onrechte artikel 36e Wetboek van Strafvordering als grondslag gebruikte en dat het bevel niet gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van een acuut psychiatrisch toestandbeeld en de weigering van verdachte tot medewerking.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris wel bevoegd was op grond van artikel 36e Sv en dat de voorwaarden voor het bevel waren vervuld. De jurisprudentie van het Gerechtshof Amsterdam was niet van toepassing omdat het onderzoek ter terechtzitting nog niet was aangevangen. De rechtbank benadrukte dat ook een weigerachtige verdachte kan worden geobserveerd en dat dit niet betekent dat het onderzoek zinloos is.
Verder werd geoordeeld dat het bevel tot observatie geen strijd oplevert met artikel 8 EVRM Pro, omdat de inbreuk gerechtvaardigd is en voorzien in de wet. De rechtbank stelde dat het beginsel nemo tenetur niet wordt geschonden en dat de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomsten (WGBO) geen toestemming van verdachte vereist voor deze dwangmaatregel. Het bevel tot klinische observatie is daarmee rechtsgeldig en proportioneel.
Uitkomst: Het bevel tot plaatsing van verdachte in het Pieter Baan Centrum voor klinische observatie wordt bevestigd.