ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9517
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechtbank Amsterdam over preliminaire verweren in strafzaak Wilders
In deze strafzaak tegen verdachte zijn op 14 maart 2011 preliminaire verweren ingebracht door de verdediging, gericht op de relatieve competentie van de rechtbank, de rechtsmacht van Nederland, formele gebreken aan de beschikking van het gerechtshof en de grenzen van het bevel tot vervolging.
De rechtbank oordeelt dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is omdat Amsterdam als pleegplaats in de tenlastelegging is vermeld. De rechtsmacht van Nederland wordt bevestigd op grond van de leer van het instrument, omdat de film Fitna via internet in Nederland is verspreid en daar zijn uitwerking heeft gehad.
De rechtbank verklaart de verweren met betrekking tot formele gebreken aan de beschikking van het gerechtshof ongegrond. Over de grenzen van het vervolgingsbevel stelt de rechtbank vast dat het Openbaar Ministerie binnen de door het hof gestelde grenzen is gebleven, behalve voor uitlatingen die fascisme betreffen, waarvoor het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard. Verder wordt geoordeeld dat het OM terecht de gehele film Fitna tot tenlastelegging heeft gemaakt en dat de verwijzing naar Israëli binnen het vervolgingsbevel valt.
De rechtbank benadrukt dat het Openbaar Ministerie enige vrijheid heeft bij de opstelling van de tenlastelegging binnen het door het hof gegeven bevel en dat de dagvaarding terecht ook uitlatingen bevat die aanzetten tot haat en discriminatie wegens ras en geloof.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de meeste preliminaire verweren ongegrond, maar verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor uitlatingen die fascisme betreffen.