ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9466
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep wegens overschrijding redelijke termijn en toekenning schadevergoeding
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een cijfer van de examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Nadat verweerder het administratief beroep deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk had verklaard, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was omdat eiseres schade had aangevoerd.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een verband bestond tussen het niet tijdig beslissen en de gestelde schade, waardoor de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit in stand bleven. Tevens werd vastgesteld dat het beroep tegen de inhoudelijke beoordeling van het examen beperkt is tot formele toetsing.
Eiseres had aangevoerd dat de examencommissie onzorgvuldig had gehandeld, maar de rechtbank vond dat de examencommissie de opdracht tot herbeoordeling had opgevolgd en er geen sprake was van partijdigheid of willekeur. De rechtbank oordeelde verder dat de totale procedure langer dan drie jaar had geduurd, wat de redelijke termijn overschreed, en kende daarom een schadevergoeding van €1.000 toe aan eiseres.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter H.P. Kijlstra op 1 maart 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit deels vernietigd en een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.