ECLI:NL:RBAMS:2011:BP7743
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering dwangsom en incassokosten bouwvergunning noodtrappen
De zaak betreft een geschil tussen [A], mede-eigenaar van een pand, en de Gemeente Amsterdam over de invordering van een dwangsom en incassokosten wegens het niet tijdig aanbrengen van noodtrappen en brandwerend glas conform het Bouwbesluit.
De Gemeente had bij besluit van 6 december 2007 een dwangsom van €30.000 opgelegd indien binnen zes weken niet aan de lastgeving werd voldaan. [A] stelde dat de invordering onterecht was, onder meer omdat de Gemeente een verlenging van de begunstigingstermijn had toegezegd en de incassokosten onvoldoende waren gespecificeerd.
De rechtbank oordeelde dat de toezegging van de Gemeente geen verlenging van de begunstigingstermijn inhield en dat het dwangsombesluit formele rechtskracht heeft. De vertraging in het aanbrengen van de trappen was grotendeels aan [A] toe te rekenen, mede gezien de langdurige goedkeuringsprocedures die door hem werden beïnvloed. De invordering van de dwangsom werd daarom als redelijk beoordeeld.
Wel werd geoordeeld dat de Gemeente slechts incassokosten van €488 redelijk kon invorderen; de overige kosten (€2.745) waren onvoldoende onderbouwd en werden daarom buiten werking gesteld. [A] werd veroordeeld in de proceskosten van €2.000.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard voor de dwangsom en deels gegrond voor incassokosten, waarbij een deel van de incassokosten buiten werking wordt gesteld.