ECLI:NL:RBAMS:2011:BP7547
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandverzekering en geschillenregeling
Eiser heeft een rechtsbijstandsverzekering bij DAS en wenste dat DAS een door hem aangewezen advocaat inschakelde om hem te vertegenwoordigen in een procedure tegen zijn voormalige werkgever over kennelijk onredelijk ontslag. DAS weigerde de kosten te vergoeden en betwistte dat er een geschil was over de behandeling van de zaak.
De voorzieningenrechter onderzocht de toepasselijkheid van het Eschig-arrest van het Hof van Justitie en artikel 4:67 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft), waarin het recht op vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandverzekeringen is geregeld. Het arrest bevestigt dat verzekerden het recht hebben een advocaat te kiezen zodra een gerechtelijke of administratieve procedure wordt gevoerd.
DAS stelde dat zij mag bepalen of een procedure noodzakelijk is en dat het recht op vrije advocaatkeuze pas ontstaat als zij een procedure start. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat het recht op vrije advocaatkeuze niet inhoudt dat de verzekerde zelf mag bepalen of een procedure wordt gestart.
Verder werd beoordeeld of de geschillenregeling in de polisvoorwaarden van DAS voldoet aan artikel 4:68 Wft Pro. De voorzieningenrechter concludeerde dat de regeling voldoet, maar dat er op dat moment geen geschil was dat bindend advies rechtvaardigde. Misverstanden tussen partijen konden niet via bindend advies worden opgelost.
De gevorderde voorzieningen werden afgewezen, maar partijen droegen elk hun eigen proceskosten. Dit vonnis bevestigt de uitleg van het recht op vrije advocaatkeuze en de rol van de verzekeraar bij het bepalen van het starten van procedures binnen rechtsbijstandverzekeringen.
Uitkomst: De gevorderde voorzieningen worden afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.