ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2561
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid statutair bestuurder ING Management in securities lending geschil
Canicula B.V. en Turdiga B.V., beide in liquidatie, vorderden schadevergoeding van ING Management en ING Bank wegens vermeende tekortkomingen als statutair bestuurder in verband met een securities lending agreement uit 1999. De eisers stelden dat ING Management haar bestuurstaken ernstig onbehoorlijk had vervuld en onrechtmatig had gehandeld jegens hen, onder meer door nalatigheid bij het toezicht op de nakoming van contractuele verplichtingen door Definite Holdings B.V.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van artikel 2:9 BW Pro en de criteria voor bestuurdersaansprakelijkheid zoals ontwikkeld in jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit de feiten bleek dat ING Management handelde op instructie van de ultimate beneficial owners en niet betrokken was bij de inhoudelijke besluitvorming rond de overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat er geen ernstig verwijt kon worden gemaakt aan ING Management en dat onvoldoende was gesteld dat zij wist of behoorde te weten dat Definite haar verplichtingen niet zou nakomen.
De vorderingen van Canicula en Turdiga werden daarom afgewezen. Ook de tegenvorderingen van ING Management en ING Bank wegens onrechtmatige beslaglegging werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van reputatieschade. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten, waarbij Canicula en Turdiga de kosten van ING Management en ING Bank betaalden en vice versa.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Canicula en Turdiga tegen ING Management en ING Bank af wegens onvoldoende bewijs van ernstig verwijtbare taakverwaarlozing en onrechtmatig handelen.