ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2326
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte drugsdelicten aan Duitsland ondanks kwalificatieverschillen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 januari 2011 de vordering tot overlevering van een verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel. De verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij illegale teelt en handel in verdovende middelen in Duitsland. De Duitse autoriteiten hebben een terugkeergarantie afgegeven, waarbij de verdachte een eventuele vrijheidsstraf in Nederland kan uitzitten.
De verdediging voerde aan dat de verdachte mede zou worden overgeleverd voor deelname aan een criminele organisatie, wat volgens hen gevolgen zou hebben voor de terugkeergarantie. De rechtbank oordeelde echter dat de overlevering uitsluitend ziet op het feitencomplex en niet op de kwalificatie van die feiten. De feiten zijn ook volgens Nederlands recht strafbaar als medeplegen van opzettelijke overtreding van de Opiumwet.
De rechtbank weigerde de overlevering niet op grond van het feit dat de strafbare feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, omdat de officier van justitie had gevorderd af te zien van deze weigeringsgrond. Gelet op de gegeven garanties en de wettelijke toetsing, werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek en vervolging.