ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2323
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens onvoldoende feitomschrijving in Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit bevel betrof een strafrechtelijk onderzoek wegens vermeende strafbare feiten in Italië. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door een advocaat en een tolk.
De rechtbank stelde vast dat de omschrijving van de feiten in het EAB onvoldoende was, vooral omdat de data waarop de feiten zouden zijn gepleegd niet duidelijk waren. Ondanks herhaalde verzoeken was aanvullende informatie van de Italiaanse autoriteiten niet verstrekt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld waarvoor de overlevering precies werd gevraagd en kon de rechtbank niet toetsen of aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan.
De verdediging voerde aan dat de stukken onvolledig waren en dat de opgeëiste persoon niet duidelijk kon worden gemaakt waarvan hij werd verdacht. De rechtbank oordeelde dat de stukken ongenoegzaam waren en dat de overlevering daarom moest worden geweigerd. De behandeling werd niet opnieuw aangehouden vanwege eerdere vruchteloze pogingen tot informatievoorziening.
De rechtbank baseerde haar beslissing op de artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet en wees de overlevering af. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens onvoldoende feitomschrijving in het Europees aanhoudingsbevel.