ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2240
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering verdachte deelname terroristische organisatie aan België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 januari 2011 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie en een illegale wapenhandelzaak, waarbij het EAB is uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Mechelen.
De verdediging betwistte het lijstfeit 'terrorisme', stellende dat de feitelijke gedragingen van de verdachte niet rechtvaardigen dat dit delict is aangekruist, aangezien de verdachte slechts een reis naar Turkije zou hebben gemaakt zonder concrete aanwijzingen van terroristische activiteiten. De officier van justitie stelde daarentegen dat de Belgische justitiële autoriteit in redelijkheid het lijstfeit mocht aankruisen, gelet op het dossier en aanvullende brieven.
De rechtbank oordeelde dat het EAB en de aanvullingen voldoende feiten bevatten om het lijstfeit terrorisme te rechtvaardigen. Tevens werd geoordeeld dat de vervolging in België, gezien het bewijs en de betrokkenheid van medeverdachten aldaar, prevaleert boven een eventuele vervolging in Nederland. De overlevering werd daarom toegestaan onder de garantie dat de verdachte een opgelegde straf in Nederland kan ondergaan.
De rechtbank verlengde de uitspraaktermijn vanwege drukte en wees erop dat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 23 van Pro de Overleveringswet en het belang van internationale samenwerking bij terrorismebestrijding.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe wegens deelname aan een terroristische organisatie.