ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2194
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing geldvordering gemeente Amsterdam wegens onrechtmatige bijstandsontvangst
De gemeente Amsterdam vorderde in kort geding betaling van een bedrag van €45.205,99 wegens onrechtmatig ontvangen bijstand door de gedaagde over de periode mei 2000 tot februari 2005. De vordering was gericht op het verkrijgen van een civielrechtelijke titel om beslag te kunnen leggen op een Zwitserse bankrekening van de gedaagde.
De gedaagde voerde verweer door onder meer te stellen dat de gemeente niet-ontvankelijk was omdat de Sociale verzekeringsbank bevoegd zou zijn tot terugvordering en dat de vordering administratiefrechtelijk was, waardoor geen civiel beslag mogelijk zou zijn. Tevens stelde hij dat de gemeente geen spoedeisend belang had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente wel bevoegd was tot terugvordering en dat het bestuursrechtelijke beroep van de gedaagde tegen het terugvorderingsbesluit geen beletsel vormde voor de civiele procedure. Het spoedeisend belang was aanwezig vanwege dreigend opheffen van het beslag door het Openbaar Ministerie. De vordering werd toewijsbaar geacht omdat het bestaan en de omvang voldoende aannemelijk waren en de Nederlandse burgerlijke rechter bevoegd is.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van het bedrag van €45.205,99 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 juni 2009 en wees de vordering tot incassokosten af. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van €45.205,99 met wettelijke rente en proceskosten.