ECLI:NL:RBAMS:2011:BP2172
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.A.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot deelname Belgische wielrenner aan Rotterdamse Zesdaagse ondanks UCI-schorsing
Eiser, een Belgische beroepswielrenner, werd door de UCI voor twee jaar geschorst wegens doping, maar het Belgische hof van beroep heeft deze schorsing voorlopig geschorst. Eiser en organisator Zesdaagse B.V. sloten een overeenkomst voor deelname aan de Rotterdamse Zesdaagse. De UCI gaf echter opdracht om eiser niet toe te laten tot de wedstrijd buiten België, omdat zij vond dat de opschorting alleen in België gold.
Eiser vorderde in kort geding nakoming van de overeenkomst en toelating tot de wedstrijd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de UCI op grond van de rechtsverhouding met eiser gehouden is de opschorting ook buiten België te respecteren, mede gelet op redelijkheid en billijkheid en artikel 6 EVRM Pro. Hierdoor ontbrak een grond voor Zesdaagse om eiser uit te sluiten.
De vordering werd toegewezen, waarbij Zesdaagse werd veroordeeld tot toelating van eiser en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming. Tevens werd Zesdaagse in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Zesdaagse wordt veroordeeld om eiser toe te laten tot de Rotterdamse Zesdaagse en een dwangsom te betalen bij niet-nakoming.