ECLI:NL:RBAMS:2011:9900

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2011
Publicatiedatum
12 juni 2013
Zaaknummer
421848 - HA ZA 09-785 evs
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling meerkosten wegens onjuist bemalingsadvies bij bouwproject

In deze civiele zaak tussen Ballast Nedam Infra B.V. en de Gemeente Amsterdam (stadsdeel Westerpark) ging het om de vaststelling van meerkosten die Ballast Nedam vorderde wegens vertraging veroorzaakt door een onjuist bemalingsadvies van de Gemeente.

Na een tussenvonnis waarin reeds werd geoordeeld dat de gevorderde verklaring voor recht zou worden toegewezen, bereikten partijen overeenstemming over de omvang van de meerkosten. Ballast Nedam stelde deze vast op €913.000 exclusief omzetbelasting en rente.

De rechtbank veroordeelde de Gemeente tot betaling van dit bedrag vermeerderd met omzetbelasting en wettelijke handelsrente vanaf vier weken na factuurdatum tot volledige betaling. Tevens werd de Gemeente veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Ballast Nedam, begroot op €25.500,25. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De Gemeente Amsterdam is veroordeeld tot betaling van €913.000 plus omzetbelasting en wettelijke rente wegens meerkosten door vertraging.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

421848 / HA ZA 09-78514 december 2011
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 421848 / HA ZA 09-785
Vonnis van 14 december 2011 (bij vervroeging)
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BALLAST NEDAM INFRA B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,
eiseres,
advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE AMSTERDAM (STADSDEEL WESTERPARK),
zetelend te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. D.J.L. van Ee te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Ballast Nedam en de Gemeente worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Na het tussenvonnis van 17 augustus 2011 heeft Ballast Nedam de rechtbank bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de omvang van de meerkosten en verzocht met inachtneming daarvan vonnis te wijzen. Vervolgens heeft ook de Gemeente om vonnis gevraagd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis is al geoordeeld dat de gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich ten aanzien van de gevorderde meerkosten uit te laten. Ballast Nedam heeft bericht dat partijen de meerkosten vaststellen op € 913.000,= exclusief rente en omzetbelasting. De vordering zal tot dit bedrag, te vermeerderen met de niet weersproken omzetbelasting en wettelijke handelsrente vanaf vier weken na verzending van de facturen, worden toegewezen.
2.2.
De Gemeente zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Ballast Nedam worden op basis van het toegewezen bedrag begroot op:
- dagvaarding € 72,25
- griffierecht 4.938,00
- deskundigenbericht 6.300,00
- salaris advocaat
14.190,00(5,5 punten × tarief € 2.580,00)
Totaal € 25.500,25

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat de Gemeente niet gerechtigd is tot inhouding van korting voor zover sprake is van overschrijding van de overeengekomen opleveringsdatum als gevolg van het onjuiste Bemalingsadvies,
3.2.
veroordeelt de Gemeente om aan Ballast Nedam te betalen een bedrag van € 913.000,00 (negenhonderddertienduizend euro), vermeerderd met de omzetbelasting en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek vanaf vier weken na verzending van de facturen, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van Ballast Nedam tot op heden begroot op € 25.500,25,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, mr. O.J. van Leeuwen en mr. M.R. Jöbsis en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2011.(MRJ