Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 november 2010 waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2011 en de daarin genoemde stukken,
- het faxbericht van mr. Mak van 18 april 2011 en het faxbericht van mr. I.N. Tzankova, raadsvrouw van ABN AMRO, van 19 april 2011, beide naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
[persoon 1] (hierna: [persoon 1]), [functie] van AJF, aan ABN AMRO kenbaar gemaakt dat AJF bij voorkeur wilde beleggen in producten van instellingen met een AAA rating ten aanzien van de kredietwaardigheid.