ECLI:NL:RBAMS:2010:BU8463
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- A.J. Beukenhorst
- T.P.J. de Graaf
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek bestuursrechter wegens onjuiste veronderstelling bevoegdheid advocaattoewijzing
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechter een vijandige houding jegens hem had aangenomen door zijn verzoek om toewijzing van een advocaat af te wijzen.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker ten onrechte veronderstelde dat de rechtbank bevoegd is om in bestuurszaken een advocaat toe te wijzen; deze bevoegdheid berust bij de Raden voor Rechtsbijstand. De afwijzing van het verzoek om een advocaat toe te voegen kan dan ook niet worden opgevat als vijandigheid van de rechter.
De rechtbank onderzocht vervolgens of er sprake was van feiten of omstandigheden die de schijn van partijdigheid wekken, zoals vereist op grond van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank concludeerde dat de genoemde omstandigheden geen objectieve rechtvaardiging boden voor de vrees van partijdigheid.
Daarmee werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open op grond van artikel 8:18 lid 5 Awb Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.