ECLI:NL:RBAMS:2010:BT8846
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs mishandeling met mes in been
Op 23 augustus 2008 vond een incident plaats op de Javastraat te Amsterdam waarbij aangever verklaarde door verdachte met een mes in zijn been te zijn gestoken. Verdachte ontkende dit en stelde dat er een worsteling was ontstaan toen hij het mes van aangever probeerde af te pakken.
De rechtbank beoordeelde het bewijs, bestaande uit camerabeelden en getuigenverklaringen, die onderling op essentiële punten verschilden. De camerabeelden waren niet duidelijk genoeg en inmiddels vernietigd, waardoor het niet mogelijk was om vast te stellen wie het mes hanteerde of wie de steekbeweging maakte.
Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en boden geen overtuigend bewijs dat verdachte het mes daadwerkelijk gebruikte om aan te vallen. De rechtbank oordeelde dat het scenario van aangever niet boven redelijke twijfel verheven was.
De officier van justitie verzocht ontslag van rechtsvervolging wegens een mogelijk geslaagd noodweerverweer, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs. Gezien de onduidelijkheid sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Ook werd de teruggave van in beslag genomen goederen aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling met mes in been.