ECLI:NL:RBAMS:2010:BR2999
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overgang van onderneming door sluiting binnen drie maanden na intentieverklaring
Eiser was in dienst bij een eenmanszaak en stelde dat zijn werkgever is overgegaan naar gedaagde op grond van overgang van onderneming volgens art. 7:662 BW Pro. Op 10 juni 2009 werd een intentieverklaring getekend voor overdracht van activa en personeel, maar een notariële akte is nooit opgesteld en betalingen bleven uit.
Gedaagde stelde dat slechts sprake was van een intentieverklaring en dat het bedrijf binnen drie maanden na deze datum werd gesloten, waardoor geen voortzetting van de onderneming plaatsvond. De kantonrechter oordeelde dat de identiteit van de onderneming niet behouden bleef en dat er geen ondubbelzinnige overgang was.
De loonvordering van eiser werd afgewezen omdat geen werkgeverovergang had plaatsgevonden. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat sluiting binnen drie maanden na overdracht een duurzame voortzetting uitsluit en daarmee geen overgang van onderneming kan zijn.
Uitkomst: De vordering tot erkenning van overgang van onderneming en loonbetaling wordt afgewezen wegens het ontbreken van behoud van identiteit door sluiting binnen drie maanden.