ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ5075
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil aandeelhouders Biotempt over licentieovereenkomst en aandelenemissie
In deze zaak staat een geschil centraal tussen aandeelhouders en bestuurders van Biotempt over de exploitatie van patenten en de koers van de vennootschap. [B] en [D], onderzoekers bij EMC, deden belangrijke uitvindingen die via Biotempt ontwikkeld moesten worden, maar financiering kwam van EBI en haar dochtervennootschappen. Er ontstond onenigheid over het businessmodel, betalingsachterstanden en de voorgenomen wijziging naar een one-roof model.
De vorderingen van [B] c.s. betroffen onder meer de beëindiging van de licentieovereenkomst met EAS, het staken van gebruik van patenten, het verbod op aandelenemissies zonder onafhankelijke waardering en het vaststellen van onrechtmatig handelen door [C], Zist, Expolin en EAS. De rechtbank oordeelde dat [B] c.s. geen partij was bij de licentieovereenkomst en dat hun vorderingen daarom grotendeels niet ontvankelijk waren.
De rechtbank overwoog verder dat de aandelenemissie rechtmatig was genomen door de prioriteitsaandeelhouders en dat er onvoldoende bewijs was voor onrechtmatig handelen. Ook de vorderingen tot schadevergoeding en het verbod op uitbreiding van de licentie werden afgewezen. [B] c.s. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [B] c.s. af en veroordeelt hen in de proceskosten.