ECLI:NL:RBAMS:2010:BQ1104
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade na schietincident met vuurwapen
Op 3 april 2004 heeft [B] jr. een groep jongeren, waaronder eiser [A], met een vuurwapen beschoten, waarbij [A] gewond raakte. [B] sr. had het vuurwapen aan zijn zoon verstrekt en was aanwezig tijdens het incident. Beide gedaagden zijn strafrechtelijk veroordeeld voor poging tot moord en wapenbezit.
In deze civiele procedure vordert [A] hoofdelijke aansprakelijkheid van [B] jr. en [B] sr. voor de geleden materiële en immateriële schade. De rechtbank stelt vast dat de daad onrechtmatig is en aan beide gedaagden kan worden toegerekend, ondanks hun psychische problematiek. Het verweer van eigen schuld van [A] wordt verworpen omdat hij geen aanleiding had het incident te verwachten.
De rechtbank begroot de materiële schade op €6.400,- wegens verlies van arbeidsvermogen, gebaseerd op het verschil tussen het werkelijke inkomen en het hypothetische inkomen met afgeronde opleiding. Het smartengeld wordt vastgesteld op €9.000,-, waarvan €4.850,- wordt toegewezen na verrekening van een eerdere uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Daarnaast worden wettelijke rente en proceskosten toegewezen. De gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van in totaal €11.250,- plus rente en kosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €11.250,- schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten.