ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7642
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang en inkomensvoorziening wegens verblijfsstatus zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, een vrouw zonder rechtmatig verblijf in Nederland, vroeg om maatschappelijke opvang en inkomensvoorziening. Verweerder wees de aanvraag af op grond van haar verblijfsstatus en de aanwezigheid van een AWBZ-voorziening. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag ten onrechte was gesplitst in WMO- en WWB-procedures, maar dat deze samen beoordeeld moesten worden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar dochter sinds juni 2010 bij Cordaan verblijven en dat er geen sprake was van schrijnende omstandigheden die een positieve verplichting tot hulpverlening op grond van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen. De ondertoezichtstelling van de dochter was door de kinderrechter bepaald en niet uitsluitend vanwege het ontbreken van opvang.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en concludeerde dat de WMO het primaire kader is voor de hulpvraag. Op grond van artikel 10 Vreemdelingenwet Pro 2000 kon eiseres geen aanspraak maken op maatschappelijke opvang. Er was geen schending van artikel 8 EVRM Pro en geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenvergoeding.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van maatschappelijke opvang en inkomensvoorziening wordt ongegrond verklaard vanwege de verblijfsstatus zonder rechtmatig verblijf.