ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7258
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en verlaging van de dwangsom opgelegd voor overtreding bestemmingsplan
Eiser had een last onder dwangsom opgelegd gekregen voor het niet verwijderen van (steiger)pontons die in strijd waren met het bestemmingsplan. De dwangsom was oorspronkelijk vastgesteld op €7.000 per week met een maximum van €70.000. De rechtbank oordeelde in eerdere procedures dat de hoogte van de dwangsom onvoldoende was gemotiveerd en dat verweerder geen beleid had ontwikkeld om de hoogte te onderbouwen.
In het bestreden besluit handhaafde de gemeente de dwangsom op basis van een verdubbeling van de aanschafkosten van de pontons, die verweerder stelde op circa €35.000. Eiser stelde echter dat de werkelijke aanschafwaarde slechts €7.000 bedroeg, wat hij met stukken onderbouwde. De rechtbank achtte deze stukken relevant en wees de bezwaren van verweerder tegen toelating af.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente de hoogte van de dwangsom opnieuw onvoldoende had gemotiveerd en dat de dwangsom niet hoger kan zijn dan het dubbele van de werkelijke aanschafwaarde, conform het handhavingsbeleid. Daarom stelde de rechtbank de dwangsom vast op €1.400 per week met een maximum van €14.000 en gaf een nieuwe begunstigingstermijn van drie weken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.400 per week met een maximum van €14.000 en vernietigt het eerdere besluit over de hoogte van de dwangsom.