ECLI:NL:RBAMS:2010:BP6952
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank in verzet tegen verstekvonnis inzake leveringsgeschil met Republiek Turkmenistan
In deze civiele zaak vordert eiser [A] betaling van aanzienlijke bedragen van de Republiek Turkmenistan en de Turkmeense staatsonderneming Turkmenautohyzmat wegens niet nagekomen leveringscontracten uit 1993 en 1996. Het verstekvonnis wees de vorderingen deels toe, maar de Republiek Turkmenistan kwam in verzet.
De rechtbank onderzocht eerst de ontvankelijkheid van het verzet, waarbij werd geoordeeld dat de verzettermijn niet was overschreden omdat geen ondubbelzinnige daad van bekendheid met het verstekvonnis was vastgesteld. Vervolgens werd de bevoegdheid van de Nederlandse rechter getoetst, waarbij werd geconcludeerd dat ondanks een deel van de leveringen in Zwitserland, het merendeel in Turkmenistan plaatsvond en de Nederlandse rechter daarom rechtsmacht bezit.
De rechtbank wees ook op de samenhang tussen de leveringen in Genève en Ashgabat en besloot dat de Nederlandse rechter over de gehele vordering zal oordelen. Ten slotte werd de procedure geschorst om partijen gelegenheid te geven nader op een arbitraal vonnis te reageren dat door de Republiek Turkmenistan werd aangevoerd als titel voor een deel van de vordering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Republiek Turkmenistan ontvankelijk in het verzet en bevestigt haar bevoegdheid om kennis te nemen van de vorderingen, waarna de procedure wordt aangehouden.