ECLI:NL:RBAMS:2010:BP5650
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vrakking
- S.F. van Merwijk
- M. Haisma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op dwaling en toewijzing kredietvordering Deutsche Bank
De zaak betreft een kredietovereenkomst tussen Deutsche Bank Nederland N.V. (voorheen New HBU II N.V.) en [A], die in 2003 een krediet van €3.100.000 ontving voor participaties in het NovaCap Floralis Termijnfonds 2004, een fonds dat investeerde in termijntransacties in tulpenbollen. [A] stelde dat hij door dwaling was misleid over de aard van zijn positie in het fonds en de verhaalsmogelijkheden van de bank, en vorderde vernietiging van de kredietovereenkomst en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat [A] onvoldoende aannemelijk maakte dat Deutsche Bank hem onjuist had geïnformeerd en dat hij tijdig had geprotesteerd tegen vermeende tekortkomingen. Het beroep op dwaling werd afgewezen omdat [A] pas in 2009 concreet klachten formuleerde, terwijl hij al in 2006 het HIG-rapport kende. Volgens artikel 6:89 BW Pro kan hij daardoor geen beroep meer doen op gebreken in de prestatie.
De rechtbank veroordeelde [A] tot betaling van het volledige kredietbedrag van €3.100.000, vermeerderd met contractuele rente vanaf 13 juni 2003, en de beslagkosten. De vorderingen van [A] in reconventie werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van het kredietbedrag met rente en kosten en wijst zijn beroep op dwaling af wegens niet tijdig protest.