ECLI:NL:RBAMS:2010:BP2360
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie verstekvonnis en opheffing conservatoir beslag appartement
Eiseres, verblijvend in een psychiatrische inrichting, gaf haar bank een onherroepelijke volmacht om haar appartement onderhands te verkopen om executie te voorkomen. Gedaagde stelde dat met de bank een koopovereenkomst tot stand was gekomen, wat de bank ontkende. Gedaagde legde conservatoir leveringsbeslag en startte een bodemprocedure, waarin eiseres bij verstek werd veroordeeld tot levering van het appartement.
Eiseres vordert in dit kort geding de schorsing van de executie van het verstekvonnis en opheffing van het beslag, stellende dat zij de dagvaarding niet ontving vanwege haar verblijf in een inrichting en dat er geen geldige koopovereenkomst is gesloten, mede vanwege het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW Pro. De bank had het appartement inmiddels aan een derde verkocht tegen een hogere prijs.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verstekvonnis mogelijk berust op een juridische misslag, nu eiseres niet tijdig in verzet kon komen. Het is onduidelijk of een koopovereenkomst tot stand is gekomen en of het schriftelijkheidsvereiste is nageleefd. Gezien de belangenafweging wordt de executie geschorst en het conservatoir beslag opgeheven, totdat in de bodemprocedure is beslist. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het verstekvonnis wordt geschorst en het conservatoir leveringsbeslag opgeheven in afwachting van de bodemprocedure.