ECLI:NL:RBAMS:2010:BP1779
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op nabestaandenpensioen op grond van de Algemene nabestaandenwet
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank om haar aanvraag voor een nabestaandenpensioen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) af te wijzen. De echtgenoot van eiseres was op de dag van zijn overlijden niet in Nederland woonachtig of werkzaam, waardoor volgens de Nederlandse wet geen recht op nabestaandenpensioen bestaat.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat het beroepschrift te laat is ontvangen, omdat het tijdig ter post is bezorgd en verweerder eiseres niet heeft gewezen op de noodzaak van tijdige ontvangst. Tevens is het beroep ontvankelijk op grond van artikel 39 van Pro het Verdrag tussen Nederland en voormalig Joegoslavië, dat indiening in Bosnië-Herzegovina mogelijk maakt.
Inhoudelijk wordt geoordeeld dat eiseres geen aanspraak kan maken op een nabestaandenpensioen op grond van de Anw. Hoewel haar echtgenoot een Bosnisch pensioen ontving en verzekerd was volgens de wetgeving van voormalig Joegoslavië, vereist de verzekeringsfictie uit het Verdrag dat er op het moment van overlijden daadwerkelijk verzekering bestond, wat niet het geval was. De toekenning van een nabestaandenpensioen in Bosnië sluit het Nederlandse recht op nabestaandenpensioen niet uit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op een nabestaandenpensioen op grond van de Anw wordt ongegrond verklaard.