ECLI:NL:RBAMS:2010:BP1645
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Bade
- S.A. Krenning
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering wegens overtreding Australische parental order
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 december 2010 het uitleveringsverzoek van de Australische autoriteiten tegen een vrouw die zonder toestemming van de vader of rechtbank Australië verliet met haar zoon, terwijl zij gebonden was aan een door de rechter opgelegde parental order. De verdediging voerde aan dat de moeder niet onder het ouderlijk gezag van de vader viel op het moment van vertrek, en beriep zich op een arrest van de Hoge Raad uit 2009.
De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar is om het Australische familierecht in detail te toetsen, maar dat zij moet uitgaan van de juistheid van de aangeleverde feiten. Uit de stukken bleek dat de moeder de parental order heeft overtreden door het kind zonder toestemming mee te nemen, en dat de vader nog ouderlijk gezag had op het moment van vertrek. De term parental responsibility in Australië omvat het Nederlandse begrip ouderlijk gezag mede, maar niet uitsluitend.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de casus niet vergelijkbaar was met het arrest van de Hoge Raad. De rechtbank concludeerde dat aan de eis van dubbele gekwalificeerde strafbaarheid was voldaan en verklaarde de uitlevering toelaatbaar. Een verzoek tot aanhouding van de zaak en schorsing van de uitleveringsdetentie werd verworpen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar wegens overtreding van de Australische parental order.